|
Acro-taal
Deze pagina staat in het teken van taal en acrobatiek. Zo hebben acrobaten een eigen jargon, woorden, uitroepen en aanwijzingen die een niet-acrobaat helemaal niets zeggen. Wat wordt er bijvoorbeeld bedoeld met 'hakken sluiten'? En wat betekent 'afplanken'? Ook zijn er heel wat acrobatisch getinte, bestaande uitspraken, spreekwoorden en gezegdes.
Heb je een leuke omschrijving, een toepasselijke illustratie of een paar mooie woorden of uitdrukkingen voor deze rubriek, mail dan naar
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien.
.
Jargon
Pik d'r in !: haal de hoek uit je handstand (bijdrage van Ellert)
Bolk: Positie van de benen in een schouder-, hoofd- of handstand waarbij dr benen ingetrokken tegen elkaar aan in balans zijn; omgekeerde hurk.
De rug ertussen zetten: Het actief vlakken van de natuurlijke holte in de onderrug, of het rechten van de onderrug.
Spietsen: Het strekken van de voet (gebeurt in enkelgewricht).
Flexen: Het optrekken / hoeken van de voet (tenen naar je toe).
Afdraaien: het landen uit een truc waarbij de landingspositie anders gericht is dan de originele standpositie.
Kuitje: Tempo via instap op achterzijde kuit.
(bijdrage van Hugo)
Acrobatisch taalgebruik
Op iemand kunnen bouwen Iemand op handen dragen Twee weten meer dan één Hoogmoed komt voor de val Hoe hoger een aap klimt, hoe beter je z'n anus ziet Iemand op de nek zitten Je kunt hoog en laag springen maar... Er de schouders onder zetten Aan iemands lippen hangen In de groep gooien Van hand tot hand gaan Op eigen benen staan Met beide benen op de grond staan Ondersteboven zijn van Met handen en voeten praten Er handen en voeten aan geven Het hoofd bieden aan Niet over je heen laten lopen Het op de kop zetten Alles op alles zetten Iemand op de kop zitten De rug rechthouden Op één been kun je niet staan Hand in hand Hand over hand toenemen In balans zijn In evenwicht zijn Schouder aan schouder staan De koppen bij elkaar steken Iemand de hand reiken (bij 't opstaan) Vele handen maken licht werk Stapelt zich op Op je schat(ten)/kostbaarheden zitten Op stapel staan Te hard van stapel lopen Je kunt mijn rug op Je beste beentje voorzetten Het achter de ellebogen hebben Dat stuit mij tegen de borst Het op de heupen hebben (bijdrage van Hugo)
|